We zijn blij dat jullie bij T-interim 2 maanden na datum van de publicatie van de nota van RVA over de negatieve interpretatie in verband met taakloon ook reageren. We dienen wel enkele kanttekeningen te plaatsen bij bepaalde uitlatingen.
We zijn triest dat jullie de getuigenissen van het veld ‘hysterisch’ noemen en RVA deels gelijk geven in de discussie omtrent de taakloon problemen...

Enkele feiten
Wij hebben geen voorkeur voor welk systeem dan ook, interim of artikel 1bis, wat blijkbaar vreemd genoeg het punt is dat jullie willen maken in deze discussie over taakloon: Wij roepen net sinds het verschijnen van de negatieve nota van RVA op om taakloon mogelijk te houden voor àlle kunstenaars, zonder onderscheid. Dit in de geest van verenigde kunstenaars.

Inderdaad verschillen beide systemen – interim en artikel 1bis - van elkaar. Om echter te stellen dat het ene systeem beter zou zijn dan het ander, dat is het soort simplistisch zwart/wit denken waar wij niet aan wensen mee te doen.
Het zou even dom zijn om te beweren dat werken als zelfstandige of via een vzw automatisch negatief of onwettelijk zou zijn. Dat is uiteraard niet zo.

Maar het zal des mensen zijn dat T-interim slechts wenst te verdedigen wat ze zelf verkopen. Zo niet bij ArtistsUnited: bij ons krijgt u als kunstenaars of creatives het volledige plaatje over àlle mogelijkheden en kan u zelf kiezen: u bent tenslotte de (co-)piloot van uw traject en u kan zelf beslissen. Laat niemand u iets anders wijsmaken.

T-Interim geeft RVA deels gelijk??
Opvallend is dat T-interim RVA deels gelijk wenst te geven. We lezen in de nieuwsbrief van T-interim (longread-rva-en-de-interpretatie-van-“het-taakloon”) letterlijk:
In hun (RVA) antwoorden valt meteen op dat voor een deel van de technisch-juridische beweegredenen van de RVA wel iets te zeggen valt. Hun redeneringen zijn niet uit de lucht gegrepen".
Alleszins een vreemd standpunt van T-Interim dat - zo vrezen wij - enkel munitie geeft aan RVA of bepaalde beleidsmakers om voet bij stuk te houden bij de ronduit zeer negatieve en volgens velen wél degelijk verkeerde interpretatie van RVA over taakloon.

Bestaansreden voor taakloon!
Bepaalde regels voor kunstenaars zijn net gecreëerd om tegemoet te komen aan de specifieke manier van werken in onze sector.
Dat is by the way niet zo vreemd: Er bestaan ook aangepaste regels voor zeevissers, voor personeel uit de burgerluchtvaart, voor politie of brandweer, enz. Dus dat men maar stopt met spreken van uitzonderlijke 'voordeelregels', of gaat u morgen de aangepaste regels voor die andere beroepsgroepen ook allemaal afschaffen of onmogelijk maken, beste RVA en beste voogdijminister Kris Peeters?

De artistieke en creatieve sector wordt gekenmerkt door projectmatig werken. Net daarom heeft de wetgever regels uitgevonden die dit terecht neutraliseren. Een van die wezenlijke regels is de taakloonberekening. Kunstenaars kunnen zo op basis van wat ze bijdragen aan het systeem (op basis van wat ze verdienen betalen ze namelijk uiteraard ook sociale bijdragen zoals elke werknemer) op een haalbare manier hun rechten opbouwen.

Indien RVA nu sinds hun nieuwe interpretatie het kunstenaars nog enkel mogelijk maakt om op basis van een bepaald aantal reële dagen zaken te bewijzen, vallen bijna alle kunstenaars uit de boot.

Nochtans dragen kunstenaars evenveel bij, of ze dit nu op X-aantal dagen of op basis van een bepaald brutoloon bewijzen: De bijdragen die kunstenaars betalen op hun verdiende loon zijn even hoog als voor andere werknemers. Het verschil zit hem echter in het feit dat men kunstenaars quasi enkel via projecten aanneemt! Dus net daarom hebben ze nood aan het kunnen gebruiken van de taakloonberekening.

De facto quasi afschaffen van het statuut
Door de nieuwe interpretatie van RVA, maakt men het leven van de kunstenaars onmogelijk. Dus neen, wij geven RVA geen gelijk zoals T-Interim blijkbaar wenst te doen.
T-interim mag de reacties en getuigenissen van kunstenaars “hysterisch” noemen. Wij noemen dat concrete feedback van op het veld die aantoont hoe schrijnend de realiteit voor kunstenaars is. Ondertussen hebben ook zowat alle vakbonden dienen toe te geven dat ze geconfronteerd worden met problematische dossiers door die nieuwe interpretatie van RVA. ArtistsUnited was er gewoon wat sneller bij om terecht aan de alarmbel te trekken. Daar hoeft men echt niet gepikeerd op te reageren, daar hebben de getroffen kunstenaars geen boodschap aan.

We merken ook wel grote verschillen in aanpak bij sommige vakbonden of vakbondsregio's (een gevolg van hun versnipperde structuren). Sommigen treden op tegen RVA (dank je wel), anderen geven RVA gelijk of geven RVA zelfs nog bijkomende redenen om taakloon niet te hoeven toe te passen. Jammer. Enige coördinatie in de sector zou nuttig zijn (artists-united, weet je wel :-)

Regels zijn reeds (te) streng (genoeg)
Reeds sinds de verstrenging van de regelgeving voor kunstenaars met betrekking tot het statuut/werkloosheid in 2014, is er een daling van ruim 11% kunstenaars in het statuut (met name de voordeelregel/neutralisatieregel). Van 5091 in 2013 gedaald naar 4.498 in 2016. Zie tabel. De cijfers van 2017 zijn nog niet volledig.

Cijfers van de FOD Waso als antwoord op de parlementaire vraag van Dhr. Egbert Lachaert

Die verstrenging was er gekomen om bepaalde uitwassen aan te pakken. Echter heeft men in 2014 verschillende zaken nagelaten:
Ten eerste heeft men de beweerde misbruiken niet in kaart gebracht. Er bestaat voor zover wij weten 1 (één) verloren rechtszaak van een bepaald bedrijf dat ten onrechte een niet-kunstenaar als kunstenaar had tewerkgesteld.
Ten tweede heeft de verstrenging in 2014 niets gedaan aan de beweerde ‘misbruikers’ in het statuut/werkloosheid. Met andere woorden heeft de verstrenging van 2014 die er helemaal niet uitgefilterd. Die verstrenging heeft enkel àlle kunstenaars getroffen.

Net zoals de huidige interpretatie van RVA opnieuw alle bonafide kunstenaars treft. Daarom vinden we het zo schrijnend om te moeten lezen in de nieuwsbrief van T-interim dat de redenering van RVA “niet uit de lucht gegrepen is”. Die stelling is des te pijnlijker omdat we wat verder in de nieuwsbrief toch wel een enkele argumenten lezen die RVA ongelijk geven.

Wil men het statuut kapot maken?
Men zou cynisch kunnen denken dat men het statuut wil afschaffen zonder dat men de moed heeft om dit ook toe te geven. Men is alleszins goed bezig dit inderdaad te doen op de manier waarop men bezig is.

Welk systeem is beter, interim of 1bis? Dat is als de vraag ‘hou je van zoet of van zout’
Wat betreft de zogenaamde voordelen van arbeidsovereenkomsten via interim ten overstaan van 1bis contracten enkele feiten:

- Sommige interimkantoren zijn minder duur dan andere. Vergelijk of bezorg ons je loonfiches en contracten zodat we de exacte coëfficiënt kunnen berekenen voor je.
T-interim behoort eerder tot de duurdere interimkantoren.

- Inderdaad kost een artikel 1bis systeem minder. Nochtans, ook T-interim zou een andere commerciële keuze - of de keuze pro kunstenaars - kunnen maken om minder aan te rekenen aan kunstenaars dan de huidige coëfficiënten die men hanteert.

- Inderdaad heeft men op papier meer bescherming met een arbeidsovereenkomst via interim omdat je zogenaamd recht hebt op één feestdag na contract die plaatsvindt binnen de 14 kalenderdagen volgend op je laatste werkdag. Heb je meer dan 1 maand anciënniteit, dan heb je recht op alle feestdagen die plaatsvinden binnen 30 kalenderdagen volgend op de laatste werkdag. Welke kunstenaar zit in dat geval?
(Let op: Je komt enkel in aanmerking voor die betaalde feestdagen na afloop van een interim contract, als je na dat contract zonder werk zit.)

- Inderdaad heb je op papier meer bescherming via een arbeidsovereenkomst via interim omdat je zogenaamd recht hebt op een eindejaarspremie. Met dien verstande dat men daar sowieso ongeveer 10% voor afhoudt van je verloning. En dat als je minstens 65 dagen op een jaar via interim gewerkt hebt, je van die 10% ongeveer 8% krijgt. Welke kunstenaar werkt 65 dagen per jaar via interim? (Inderdaad verdwijnt er als je die 65 dagen toch zou halen nog ongeveer 20%).

- Inderdaad heb je via interim recht op gewaarborgd loon. Het uitzendkantoor betaalt dit echter slechts onder twee voorwaarden. Je dient een ondertekende arbeidsovereenkomst te hebben. Plus je moet een maand anciënniteit hebben bij hetzelfde uitzendkantoor. Let op: als je uitzendwerk meer dan zeven dagen onderbroken werd, is je anciënniteit nul… Welke kunstenaar heeft zonder 7 dagen onderbreking een maand anciënniteit, bij hetzelfde interimkantoor bovendien?

We lezen ook in een nota van de Nationale Arbeidsraad dat er “oneerlijke concurrentie” zou zijn. In de Nationale Arbeidsraad zetelt ook een vertegenwoordiger van de interimsector. (Noemen ze dat niet rechter en partij?) Bedoelt men dan oneerlijke concurrentie tussen interim werk en het artikel 1bis systeem? Of bedoelt men tussen interim en sociale secretariaten? Of bedoelt men tussen interim en zelfstandigen? Werken zelfstandigen dan ook zogenaamd ‘onwettig’? Omdat men de keuze maakt om niet via interim zijn of haar werk te regelen…?

De ideale wereld en de realiteit
Al zou rechtstreekse inschrijving bij de opdrachtgever het ideaal moeten blijven voor wie zijn beroep als werknemer wil organiseren, toch is dat vaak niet mogelijk. De realiteit vandaag is zo dat kunstenaars vaak werken in omstandigheden waar de opdrachtgever niet de werkgeversrol en/of de loonadministratie op zich wil nemen. Dat heeft o.a. te maken met het projectmatige werken in de sector. Veel artiesten organiseren hun arbeid daarom (al dan niet noodgedwongen) via interim en/of gebruik makend van artikel 1bis van de RSZ-wet.

Zonder een artikel 1bis zouden veel kunstenaars verplicht zijn te functioneren als reguliere zelfstandigen en zouden zij dus de broodnodige extra sociale bescherming ontberen die artikel 1bis net mogelijk maakt!

Werken via 1 bis veronderstelt de tussenkomst van payrolling bedrijven om te zorgen voor de noodzakelijke RSZ-afdrachten, enz. Aandachtspunt hierbij is het respecteren van een minimumvergoeding. Het kan niet de bedoeling zijn om met artikel 1bis geen minimale verloning te respecteren.
-> Ons voorstel: Inbouwen van de verplichting ook voor 1bis-contracten een minimumvergoeding te hanteren, zoals bv het GGMMI[1]

Zelfstandig of werknemer
Gezag bij/over een kunstenaar is niet altijd eenduidig. De realiteit vandaag is zo dat artiesten in identieke projecten voor dezelfde werkgever/ opdrachtgever in identieke gezagsverhoudingen onder een verschillend statuut werken. Dit zou wettelijk onmogelijk zijn. Gesimplificeerd gesteld: ofwel is er sprake van werkgeversgezag en dan hoort de artiest werknemer te zijn, ofwel is er afwezigheid van werkgeversgezag en dan hoort de artiest zelfstandige te zijn.[2]
-> Ons voorstel: Artiesten moeten in alle omstandigheden vrij zijn om voor hun statuut te kiezen. De mate waarin er door de opdrachtgever/ werkgever gezag wordt uitgeoefend moet enkel blijken uit de overeenkomsten. De vrije wil van betrokkenen om voor het ene of het ander statuut te kiezen moet gegarandeerd worden.

We kaatsen de bal graag terug naar T-interim
Tot nader order vrezen we dat de zogenaamde voordelen van interim werk al te dikwijls ‘theatraal-theoretisch’ blijven en niet van toepassing zijn op een heel groot deel van de kunstenaars. Jammer. Beste vrienden van de interim-sector, maak werk van aangepaste regels voor kunstenaars. Denk nog maar aan de interim-eindejaarspremie die kunstenaars quasi nooit kunnen genieten wegens de niet aan kunstenaars aangepaste voorwaarden..

Wet en tarieven
De gevallen van tijdelijke arbeid waarvoor een beroep op uitzendarbeid kan worden gedaan, zijn strikt omschreven in de wet. Alleen in die gevallen is uitzendarbeid mogelijk. Men spreekt in dit verband van de motieven of redenen voor uitzendarbeid.[3] [4] We stellen vast dat er structureel bijzonder veel interim werk bestaat in onze sector wat men bezwaarlijk kan plaatsen onder de noemer ‘artistieke prestaties voor een occasionele gebruiker’ en wat men - al dan niet terecht - dan maar plaatst onder de noemer ‘tijdelijke vermeerdering van werk’. Het zou een interessante kluif zijn daar eens wat dieper op in te gaan…

De door interimkantoren gehanteerde tarieven, waarin ook hun winstpercentage zit, zijn echter bij velen van hen vrij hoog en dat ondanks een aanzienlijke RSZ-doelgroepvermindering[5] voor kunstenaars. By the way, bij ArtistUnited krijgt u die doelgroepvermindering als kunstenaar terug. Dit maakt sommigen blijkbaar heel zenuwachtig.

Daarnaast zijn de interim kantoren verplicht om 10%[6] op de te betalen brutolonen door te storten naar het sociaal fonds van de sector. Dit fonds betaalt daarmee een eindejaarspremie uit van 8% aan elke interimartiest die op jaarbasis meer dan 65 dagen gewerkt heeft. Het overgrote deel van de freelance artiesten komt zelden aan dit aantal. Het geld is voor hen “weggegooid”
-> Ons voorstel: Een pro rata oplossing voor de interim-eindejaarspremie.
->Ons voorstel: Tarieven bij interim kantoren die rekening houden met de doelgroepverminderingen.

REAGEREN? Dat kan, via support@artistsunited.be of via ons contactformulier

Antonio Cornelis en Servaas Le Compte , de x-de maal aan het parlement

[1] Gewaarborgd gemiddeld minimum maandinkomen
[2] De wet van 26 december 2006 betreffende de aard van de arbeidsrelaties bepaalt de referentiepunten met het oog op de kwalificatie van de arbeidsrelatie. Uitgangspunt is dat het in eerste instantie aan partijen is om hun arbeidsrelatie te kwalificeren en het is pas wanneer de feitelijke wijze van samenwerking de gekozen kwalificatie uitsluit, dat een herkwalificatie zich opdringt.
Zowel de zelfstandige samenwerking als de arbeidsovereenkomst worden gekenmerkt door het leveren van prestaties tegen een verloning. Het is echter enkel in het kader van een arbeidsovereenkomst dat er bijkomend sprake is van een hiërarchisch gezag/ondergeschikt verband. Is dit ondergeschikt verband niet aanwezig, dan kan er geen sprake zijn van een arbeidsovereenkomst, doch valt men noodzakelijkerwijze terug op de zelfstandige samenwerking. Zelfs op straffe van schijnwerknemerschap en de nodige herkwalificaties tot gevolg.
[3] Vervanging, tijdelijke vermeerdering, uitzonderlijk werk, instroom, artistieke prestaties voor een occasionele gebruiker of werkgever, tewerkstellingstraject.
[4] Regelmatig is er echter niet een echte werkgever of ontbreken bepaalde elementen om van gezag te kunnen spreken. Kan er dan sprake zijn van een arbeidsovereenkomst?
[5] Er bestaat een systeem van RSZ-kortingen, zogenaamde doelgroepverminderingen. Zo bestaat er een RSZ-vermindering voor eerste werknemers, oudere werknemers, onthaalouders, en ook voor kunstenaars. Die RSZ-korting vloeit terug naar de werkgevers.
[6] Dit is variabel afhankelijk van het kwartaal. Meer info over de juiste bedragen op de site van Sociale Fonds voor Uitzendkrachten. http://www.fondsinterim.be/u-bent-werkgever/inning-van-de-bijdragen/